De
dynamiek van Ellen Rodenberg
english (see below)
De recente activiteiten van beeldend kunstenaar
Ellen Rodenberg geven een even gedifferentieerd als dynamisch beeld van haar
ontwikkeling. Zij is begonnen als autodidact en heeft vervolgens in twee jaar
het diploma tekenen en schilderen aan de Koninklijke Academie in Den Haag
behaald. Naast
schilderijen maakt zij ook driedimensionale installaties en video’s die
regelmatig worden ingezet bij muzikale performances in de Haagse underground
scène waarbij haar video’s vertoond worden. Het hele scala aan activiteiten
lijkt echter bij te dragen tot een
schilderkunstige ontwikkeling die recent tot een bijzonder interessante serie
schilderijen heeft geleid. In deze schilderijen zijn een aantal formele kenmerken
te ontdekken: ze zijn in vier vlakken gedeeld. In die vier vlakken wordt steeds
een ander aanpak gebruikt, maar daarmee wordt wel hetzelfde onderwerp behandeld
dat in alle vier de vlakken doorloopt. Dat onderwerp is soms herkenbaar, soms
deels herkenbaar en in een paar gevallen valt het geheel weg waardoor het
schilderij een abstract geometrisch doek lijkt te worden, alhoewel dan door
transparante verflagen toch een suggestie van een herkenbaar beeld door kan
schemeren. In een aantal gevallen is het onderwerp landschappelijk waarbij een
bepaalde mate van ruimtelijkheid in het doek bewaard blijft. In een recent doek
is een landschappelijke achtergrond aanwezig die in vier gelijke stukken
verdeeld is waarop een discobal werd geschilderd die ook in vier verschillend
opgevatte delen is neergezet. Deze disco bal werkt een beetje als een repoussoir.
Als men zich afvraagt wat hier nu precies aan de hand is komen als eerste de
verdeelde en soms wegvallende landschappen als belangrijk element naar voren:
als herinneringen die deels vervaagd zijn en deels gekleurd. Aan de andere kant
zijn die elementen soms ook zodanig bewerkt dat het doek evengoed als een
abstract beeld gezien kan worden. Het kruis dat het doek organiseert is dan een
belangrijk element in het geheel: de vier benaderingen die daarbinnen gekozen
zijn vormen elkaars context. De meest abstracte doeken met tamelijk egaal
geschilderde vlakken doen aan een vlag denken en dat blijkt bij navraag een
belangrijk thema te zijn in dit werk.
Om het werk juist te begrijpen is het misschien goed
eens nader te kijken naar de ontwikkeling in het werk van Ellen Rodenberg. Het
eerste dat opvalt is dat zij met observaties uit haar omgeving werkt en
uitgangspunt is om daarmee dynamische beelden te schilderen. In het begin van
haar ontwikkeling werkte zij op een bouwterrein in Amsterdam noord en de
kunstenaar verwerkt daar alle energie en beweging die dat met zich meebrengt.
In sommige schilderijen combineert ze deze beelden en plaatst er ook beelden
van interieurs in. Om nog meer energie in het doek te brengen schildert ze
schuine lijnen in het doek en suggereert daarmee verschillende perspectieven.
Hier doen zich meteen elementen voor die op verschillende manieren terug zullen
komen: het schilderen van een beeld dat gezien is als aanleiding, het daar in voegen van abstracte elementen, zuigende
perspectieven, het met elkaar confronteren van beelden en het gebruik van
heldere felle kleuren in krachtige brede toetsen zonder enige suggestie van
atmosfeer. Ze wil dus niet de werkelijke geziene situatie tonen, maar meer een
idee daarvan. Met deze gegevens gaat zij door: zij schildert labyrintische
structuren en hangt regelmatig in diverse situaties een aantal schilderijen met
één beeld in verschillende formaten koud tegen elkaar. Ze nodigt andere
kunstenaars uit met haar te exposeren en hangt ook hun werk tegen elkaar met haar eigen werk.
Dan, het is inmiddels 2001, begint de
kunstenaar opeens kleiner werk te maken
met steeds een waarneming als basis waarin ze de visuele gegevens reduceert tot
abstracte beeldende elementen die samen een nog nauwelijks herkenbaar beeld
opleveren. Dit is de kiem van een nieuwe conceptuele ontwikkeling in haar werk:
het herkennen van een aantal persoonlijke basisthema’s of motieven in de schilderijen
waarmee in de daaropvolgende periode gewerkt gaat worden. Die motieven hebben
een wereld aan waarden, associaties en betekenissen die met de context kunnen
wisselen. Ze worden vanaf de initiële waarneming steeds verder onderzocht op
beeldende mogelijkheden. D.w.z.: kaler
gemaakt met als gevolg voortgaande abstractie. Het worden bijna ideogrammen.
Motieven zijn bijvoorbeeld: de container (in een bosrijke omgeving), de tafel,
regenboog, boom en boomstam, woonomgeving en foetus. Dan ontstaat ook hier de
behoefte aan confrontatie: motieven worden gecombineerd. Er ontstaat zelfs een
schilderij met de legenda waarop alle gebruikte motieven met elkaar op een doek
geplaatst zijn. De doeken worden
hierdoor aanzienlijk complexer. Langzaam ontstaat dan een selectieproces en
wordt een beperkt aantal motieven in een beeld samengebracht dat een formele
eenheid uitstraalt.
Tegelijkertijd met dit proces is Ellen Rodenberg de
derde dimensie aan het verkennen. Zij heeft behoefte haar motieven met andere
middelen te onderzoeken en maakt installaties met stukken piepschuim waarin ze
met speelgoed, foto’s en poppetjes haar motieven de ruimte in laat bewegen.
Foto’s die van deze ruimtelijke collages gemaakt worden zijn soms weer een bron
voor nieuwe schilderijen. Ook begint in 2004 een weblog, het MULTI-MPRESSIELOG
waarop persoonlijke observaties en
ervaringen staan waarmee de kunstenaar zich in de kunstwereld probeert te
positioneren. Direct daarna raakt zij betrokken bij de DCR: een broedplaats die
als voorbeeld door de gemeente gebruikt wordt om hun beleid vorm te geven. Met
een aantal kunstenaars werkt zij gedurende drie jaar om de ruimte aan de
behoeften te laten voldoen en tijdens die verbouwing is ze mede organisator van
de open podiumavonden, avonden waarin de toekomstige bewoners van het pand
kunnen laten zien waarmee zij bezig zijn. Ook worden mensen van buiten
uitgenodigd performances uit te voeren, presentaties te geven etc. Om deze
avonden te documenteren en naar buiten te brengen (door brandweervoorschriften bleef
het publiek beperkt) nodigde Ellen Rodenberg schrijvers en bloggers
uit om verslag te doen.
Dan, in 2006 en 2007, gebeuren in haar werk een
aantal dingen. In de schilderijen ontstaat een concentratie op twee motieven
waar dieper op in gegaan wordt. Na eerst een motief weg geschilderd te hebben
met abstracte elementen van een ander motief verzelfstandigen die laatste
elementen zich. Deze abstracte elementen die uit de motieven voortkomen worden
gebruikt in kleurige ritmische patronen en ook in deze schilderijen komen de
eerder genoemde kenmerken van het werk naar voren: de doeken zijn kleurig,
hebben veel dieptewerking, zijn dynamisch en bestaan uit de confrontatie van
verschillende beeldelementen. Het zijn botsende ideeën van motieven die zich op
wervelende doeken bewegen.
In deze periode richt Rodenberg samen met Hans Ensink op Kemna, Maarten Schepers
en Kees Koomen ook het collectief mêkh
(tegenwoordig EX-MÊKH) op. De bedoeling is om hiermee elkaars werk context te
geven, een gegeven waar Rodenberg al eerder mee bezig was, en daarnaast om de
expositiemogelijkheden te vergroten. Het collectief werkte een driekwart jaar
in een projectruimte in de DCR en daar bestond een stimulerende
laboratoriumsituatie die in de periode daarna voor een enorme ontwikkeling
zorgde. Ellen Rodenberg heeft in dit kader een aantal installaties op
gerenommeerde plekken uitgevoerd en vooral het denken in de derde dimensie nam
een hoge vlucht.
In 2008 verbleef de kunstenaar vier maanden voor HEDEN Den Haag in residency in het Cemeti Art
Centre in Djokyakarta in Indonesië om de ontwikkeling
van haar motieven/thema’s een andere impuls te geven. Zij begon daar een nieuwe
discipline te gebruiken: naast het fotograferen en schetsen begon Ellen
Rodenberg ook video-opnamen te maken om haar waarnemingen vast te leggen.
Daarnaast viel haar op dat in Indonesië de nationale identiteit heel erg
belangrijk is, die identiteit wordt overal bevestigd in gedrag en symbolen in
het openbare leven. Dit bracht Rodenberg ertoe om haar thema “vlaggen” op te
pakken: zij begon fictieve vlaggen te maken bestaande uit vier gelijke
kleurvlakken. Dit brengt perfect twee elementen samen die we eerder in Rodenberg’s werk zijn tegengekomen: de abstracte weergave
van het idee nationale identiteit en tegelijkertijd een formeel gegeven waarmee
geschilderd kan worden. In eerste instantie worden de vlaggen in textiel op
groot formaat genaaid en bij diverse gelegenheden opgehangen. Op een bepaald
moment echter besluit Rodenberg ze als projectiescherm te gebruiken en ze is
verrast door het resultaat: de video’s die ze inmiddels in grote hoeveelheden
geschoten heeft worden in vieren gedeeld en worden gefilterd door de
verschillende kleuren waarop ze worden geprojecteerd. Het lijken herinneringen
zoals die zich in ons hoofd voordoen, gefragmenteerd en gekleurd. Terug in
Nederland experimenteert zij verder met
dit gegeven en monteert video’s waarbij het geluid à-synchroon
wordt geplaatst en de projecties op de doeken weer worden gefotografeerd en
gefilmd. Zij gaat samenwerking aan met geluidskunstenaars waarmee ze door de
tentoonstellingen met EX-MÊKH in aanraking komt en laat gefilmde projecties
zien bij geluidsperformances.
Intussen lijken de foto’s die zij van projecties
maakt een goede bron voor schilderijen en daar begint ze aan te werken. Ze
drukt flinke aantallen stills af van enkele, dubbele
of zelfs driedubbele projecties op vlaggen en. Dat resulteert uiteindelijk in
de in het begin van deze tekst beschreven schilderijen die op basis van een
vlagpatroon herinneringen weergeven, gefilterd, gekleurd en gefragmenteerd.
Tegelijkertijd zijn het abstracte schilderijen, waarbij het vlagpatroon juist
ook die doeken identiteit geeft. De manier waarop het uitgewerkt wordt
refereert aan modernistische schilderkunst en soms aan fundamentele schilders.
Dat er meer mogelijkheden zijn met deze manier van werken blijkt op dit moment:
het structuur gevende kruis schuift t.o.v de omgeving
waardoor de verdeling in vlakken asymmetrisch wordt. Vervolgens wordt er opeens
met een zich draaiende camera gewerkt in een van de projecties en in de stills verschijnen diagonalen: het resultaat lijkt de
asterisk als structurerend element te bevatten. Dit was een van de motieven uit
Rodenberg’s eerdere werk.
Daarnaast combineert de schilder vier verschillende uitzichten rondom haar in
een doek, alsof ze met een filmcamera 360 graden draait en om de 90 graden een still
maakt: de omgeving wordt gescand en in het schilderij tot één beeld gemaakt.
Samenvattend zou ik Ellen Rodenberg een schilder
willen noemen wiens ideeën op een dynamische en veelvormige manier worden
uitgevoerd. Door zichzelf constant in beweging te houden met experimenten met
allerlei materialen en technieken ontwikkelt zij haar thema’s. De confrontatie
van haar werk met het werk van anderen en van de werken onderling zijn een
constante uitdaging. De schilderijen die hier telkens weer uit voort vloeien
balanceren steeds op de rand tussen figuratie en abstractie wat ook aan de
overgangstijd in het modernisme doet denken: de spanning die in die
tegenstelling te vinden is en het energieke onderzoek van de kunstenaar zorgen
voor de kracht in de schilderijen van Ellen Rodenberg.
Kees Koomen
oktober 2010
The dynamics of Ellen Rodenberg
In her artwork
Ellen Rodenberg gives both a differential as well as
an apt dynamic picture of her progress.
Initially the
artist was self-taught and subsequently she continued at the Koninklijke Academie in Den Haag
to obtain her Degree in Fine Art over a two-year period.
Besides
paintings she also makes three-dimensional installations and videos; which have
been frequently used in music performances in the The
Hague underground scene where her videos have been shown as a part of the
overall programme.
This broad range
of activities appears to have consistently contributed to a painterly
development, which has lead to an interesting new body of work. In the
paintings the previous formal characteristics continue to prevail; they have
been divided in four squares. In the four forms a different approach is used,
but throughout this approach in all four the same subject or motif flows.
This subject is
recognizable at times, at times only partially and in a few works it disappears
from sight altogether enabling the painting to become a complete abstract
geometric canvas although through the transparent layers of paint it is still
possible to detect a suggestion of the original subject matter. In some
instances the subject matter deals with landscapes in which the spatial
referential remains. For
instance: in a recent canvas the landscape is divided in four sections unto
which a circular design is painted,
which in itself has again been divided in four different sections and through
this defracted process the displayed figure acts as a
repository. If one wonders
what exactly is going on here the fist thing that
becomes apparent that the internally divided and at times faded landscapes are
an important and informative element in her work; as memories partially faded
and tinted.
On the other
hand these elements have been sufficiently incorporated that the painting can
be seen as an autonomous abstract work. The cross, which divides the canvas,
forms an important part in the whole picture; the four approaches, separations
appear as an integral part of the
canvas and structure and
thereby further support each other’s context. The more flat painted canvasses
strongly suggest the flag motif and its suggestive countenance makes it an
important theme in the artists work.
Ellen Rodenberg has also discovered a third dimension to her work;
the need to investigate her concerns with other means at her disposal such as
making installations out of Styrofoam and in which she employs toys, photo’s
and small dolls to make these spaces dynamic. Photographs made of these
installations can act again as a source of inspiration for new paintings.
In 2004 the
artist began a web log ‘MULTI-MPRESSIELOG’ where she noted personal
observations and experiences and in doing so positioned herself in a different manner in the art world.
.
In the new
studio in de DCR a number of things took place in the development and progress
of her work. In the paintings a concentration unto two subject matters takes
place. Firstly a number of used motifs in the work are erased and in doing so
these abstract elements used in the process strengthen themselves The abstract elements flowing out of the motifs are used in
rhythmic patterns and again in these paintings the aforementioned
characteristics emerge: the canvasses are colourful, contain depth are dynamic and contain a confrontation of different picturorial elements. Conflicting ideas move and collide in the
pictorial space.
Photographs
taken from the video projections emerge subsequently as a source of inspiration
for work to follow. Paintings with text and in a flag pattern suggest memory;
filtered, coloured and fragmented. Simultaneously the paintings are
completely abstract and the flag motif adds to its autonomous identity. The way
in which they are worked out refers to Modernism and even
further to formalistic work. This explorative way of working is extended in the
current series: the separating cross moves across the surface and in doing so
it causes the divided surfaces to become asymmetrical.
You could surmise
and say that Ellen Rodenberg would like to be called
a painter whose idea’s are formulated and executed in multiple and dynamic
ways. She develops her ideas and themes in a constant state of flux and
motion and through experimenting with all sorts of different media and techniques.
The confrontation of her work with work done by others and her own by form a
continuous challenge in her work
practise. The paintings
which emerge out of this process balance on the edge of figuration and
abstraction which equally occurred at the time of the transitional stage of
Modernism: the tension found in the opposites and the energetic research by the
artist are visible in the
strength of the
paintings by Ellen Rodenberg.
Adaptation
Ineke Van der Wal
Taken from the
original text by Kees Koomen
of October 2010.