www.ellenrodenberg.nl

map

 

Performance in public space 20.9.26

Ellen Rodenberg

Title: Changing Position

 

Performance Festival

Equinox to Equinox-Same but different

Stadhuisplein, Dordrecht

All Performances 13:00-14:00 September 20, 2026

 

https://222lodge.nl/index.php/category/equinox-20-9-26/

photo:©Nico Parlevliet/222lodge.nl.

photo: Theun Okkerse

One-take 360-video of the full 60-minutes performance,

by Steef van Lent, © 222lodge.

 

Same but Different – Equinox to Equinox 

is an international event of public actions for freedom for all.

It takes place simultaneously at numerous locations around the world.

During the Equinox (in March and September),

day and night are approximately equal in length everywhere in the world.

In the spirit of cosmic equality,

this event is an international connection of people acting together in public spaces.

Sharing time and space brings us closer together, as a temporary global community

to encourage non-violent expressions

in locally specific circumstances through performance.

Everybody is welcome to participate.

Same but Different – Equinox to Equinox is a short-term performance festival

that took place on Sunday 20 September 2026, from 1 p.m. to 2 p.m.

on Stadhuisplein in Dordrecht, the Netherlands.

There was no fixed program with consecutive performances;

instead, everything takes place simultaneously,

allowing collaborations to arise spontaneously.

Participants in Dordrecht (NL): El
Engel Antonin P- Luck, Nico Parlevliet, Frans van Lent, Heinrich Obst, LL,

Ellen Rodenberg, Maarten Schepers, Kees Koomen, Steef van Lent,

Marita Bullmann, Yvo van der Vat, Theun Okkerse,

Performative Reading Club (Pum van de Koppel, Tingyi Jiang,

Miche O’higgins Theilmann), Ienke Kastelein, Topp & Dubio,

Philemon Mukarno.

 

 

 

 

Ellen Rodenberg

 

ToppDubio

 

Ellen RodenbergPerformative Reading Club (Pum van de Koppel, Tingyi Jiang, Miche O’higgins Theilmann)

 

 

Ellen Rodenberg 

 

 

Ellen Rodenberg

 

Ellen Rodenberg

 

 

  

 

 

 

Aides-Memoires to document ‘Changing Position’

Text in Dutch,  in English will follow later.

Hulp bij het documenteren van ‘veranderen van positie’

Wat ik me herinner van de uitvoering

van mijn performen heb ik hieronder opgeschreven.

Ik schreef alles wat ik me herinnerde voordat ik

de achteraf gekregen foto’s en video, goed had bekeken.

Helemaal zonder kennisneming van deze beeld-documentatie

is dit schrijven niet.

Maar ik heb een poging gedaan

om van binnen naar buiten te denken.

Zo lukt het misschien om herinnerde beeld-documentatie

buiten het schrijven te houden.

Daarom schrijf ik dit verhaal in de tegenwoordige tijd.

Ik probeerde tijdens het schrijven mijn ervaring

vanaf 13:00 uur chronologisch op te roepen.

Na het herinneringsschrijfsel

deel ik notities die me ook opvielen,

maar die ik niet in de tijd kan plaatsen.

 

Ik roep mijn geheugen op om naar 20 september om

13:00 uur te gaan

 

Met een boodschappentrolley loop ik

richting het Stadhuisplein van Dordrecht.

Ik kijk naar links

en vanuit een plantenbak met olijfboompje

word ik vriendelijk begroet door Philemon.

Ik hoor me hallo terug zeggen.

Terwijl ik het plein oploop zie ik

dat de onafgesproken groepschoreografie

traag op gang komt.

 

Bij een bankje pak ik een statief uit mijn tas.

Ik zie kinderen naast me en beneden aan de trap

Staan hengelen in de gracht.

Naast me staat Engel zich voor te bereiden.

We groeten elkaar.

Ik bind om een kalkwit masker een blauwe lap,

precies over gaten waar mensenogen horen.

 

Wordt dit de uitdrukking van mijn blinde andere ik?

Er komen meer associaties ‘naar boven’.

Blinde vlekken, ‘Vrouwe Justitia’ .

 

Ik bereid de rekwisieten voor het toneelspel voor.

Het ‘blinde’ masker bind ik over

een ingevouwen paraplu.

Die zelf weer aan een selfiestick vastzit

die aan een oude muziekstandaard is getaped.

 

Engel stapt het plein op.

Ik loop met het statief-paraplu-masker construct,

richting de eerste van twee liggende leeuwen op, wat zijn het? ‘sokkels’

Ze voelen als enormiteiten en rijzen op hun ligbanken hoog boven me uit.

 

Ik merk dat het imponeergeweld

van het bombastische stadhuisgebouw

automatisch mijn ‘mute’ knop indrukt.

Leunend tegen de muur oogt mijn staaksel me spierwit masker,

nietig. Zelfs als ik maar twee passen achteruitstap.

 

Ik zie de jongens Topp&Dubio met krijt teksten schrijven

op de verticale kant van de traptreden.

 

Ik zoek een andere plek

en vraag me af hoe me te verhouden

tot het kollossale gebouw, het ruime

klinker plein en individuen die steeds van positie veranderen.

Hoewel ik ook zie dat waar de een een spoor maakt

de ander dat weer wist. Soms blijven de sporen.

 

Ik loop naar de andere kant van de trappen

en zet het zelf-construct tegen de muur onder de

andere stenen leeuw

en ga het inspiratie doek halen.

 

Terwijl ik heen en terug loop,

zie ik drie mensen op de grond zitten

waartussen ik iemand denk te herkennen,

Ze lezen elkaar voor uit boeken.

Er klinkt een gedempte mensstemmigheid.

Later klinkt het gemurmel als een soort gezang.

Het waait, het geluid golft.

 

Ik bind het laken met de twee latten vast

aan het samengestelde standpunt.

Ik besluit een nieuwe positie te zoeken.

 

Ik loop de trappen van het stadhuis op.

Ontzag-trappen met lok-treden.

Ik ben hier gevoelig voor merk ik.

Elke tree naar boven vergt moed en voelt beloftevol.

Alsof je in een mierzoetsprookje wordt gelokt.

Hou vol, lijkt elke tree omhoog, te zeggen.

Hou vol, dan kom je ergens,

Waar dan?

 

Boven aan de trappen rijzen machtig grote deuren op.

Ze zijn dicht.

Je voelt je krimpen.

Ik vraag me af wat ik hier te zoeken heb.

 

Ik kan me niet herinneren wat ik bovenaan de trappen uitvoerde.

Even positioneerde ik het gemaskerde statief

in het midden tegen een muur halverwege de trappen.

Een halfslachtige poging.

Weer naar beneden lopend voelde ik een bevrijding,

Een ‘alles ligt weer open’ na zo’n doodlopend pad

naar boven te hebben verlaten.

 

Ik neem onder aan de trap een positie in en poseer.

Nico neemt een foto; ik voel ongemak

omdat ik merk dat ik een pose heb aangenomen

die aan iets ingestudeerds doen denken.

Een pose met een vastberaden uitstraling.

Het voelde sterk met zwakte bod tegelijk.

 

Ik klap de drie poten van het statief uit

en zet het statief met het gezicht richting het plein, neer

Ik loop naar de bank bij de gracht en haal een campingstoel uit mijn tas.

Aan de kant van de plantenbakken en straatmeubilair klap ik de blauwe campingstoel uit

en zet het statief met opgebonden selfiestick,

ingevouwen paraplu met geblinddoekt masker ernaast.

Ik ga in de stoel zitten en kijk in mijn telefoon.

 

Dan kijk ik opzij, zie de drie lezende figuren

nog steeds in dezelfde positie zitten.

In voel een impuls om op te staan.

Ik loop naar hen toe en ga bij hen zitten,

Ik luister en kijk.

Ik probeer te voelen

of ik niet als indringer word gezien. Het lijkt van niet.

Ik hoor en zie iemand voorlezen maar kan me niet lang concentreren. *

Ik loop terug naar mijn stoel met metgezel 

en maak het masker los. Ik haal ook de blindoek los.

Het masker klem ik aan de zitkant van de rugleuning.

Mijn zittende ‘blinde andere ik’ kijkt nu met lege ogen recht vooruit.

De armleuningen in een stand zoals aan de macht zijnde lieden

zich wel laten portretteren

 

Ik wil hiervan weg. Ik wil spelen met het inspiratiedoek* en de wind.

 

Om ‘haar’ niet met lege handen achter te laten klapte ik nu de paraplu open.

En als een pauw die zijn veren uitspreidt,

verschijnt er een samenstelling van kleurenfoto’s met

paarse heidevelden, vurig gekleurd herfstbos, eekhoorn, hert en zwijnen

die je naar men hoopt met de Nederlandse Veluwe zal associëren.

 

Ik rol het doek van het statief en hou de twee latten die aan

twee punten van het rechthoekige doek waren vastgezet, bij de uiteinden vast.

Ik houd met de stokken het doek omhoog, het doek vangt wind. Het bolt op.

Ik begin mijn spel met de wind en het doek.

Ik draaide het doek om zodat de tekst erop voor omstanders zichtbaar wordt.

 

Omkijkend zie ik dat de wind de ’hele Veluwe’ omverblaast.

Ik loop terug.

Ik zet het geheel van paraplu en statief, rechtop.

Als ik loslaat heeft de wind weer vat op de opengeklapte paraplu.

Ik wacht tot de wind gaat liggen.

Ik stuur met de latten de punten van het doek zo

dat het laken op de paraplu kan neerdalen.

Ik stap achteruit en kruis mijn met latten verlengde armen

Waardoor  het inspiratie doek de ‘Veluwse landschappen’

beschermend kan omarmen.

Ik begin rond de paraplu te lopen terwijl ik de latten kruislings vasthoud.

Het geheel draait op het onderste statief mee als een kermiscarrousel.

Het rondlopen voelt als een bezweringsritueel waar ik niet in geloof.

 

Ik stop met dit ‘spel’.

Ik leg het langwerpige geheel in de armen

van de blauwe campingstoel,

de lege ogen kijken nietsziend naar niks.

De wind steekt weer op.

 

Ik loop met het wapperende laken het plein verder op.

Ik wil inspiratie opvangen en uitdelen.

In de hoek van het plein zie ik een groepje mensen

Ik hoor de Franse taal.

Zij vragen of ik Frans spreek

Un petit peut.

Wat is dit hier allemaal.

Waarom doet u/jullie dit?

Ik zeg dat iedereen die hier is zich op een eigen manier uitdrukt

En dat ze kunsttaal hiervoor gebruiken.

 

Dan wijzen ze naar de tekst op de stadhuistrappen

Met hun vertaalprogramma op hun gsm komen ze er niet helemaal uit.

Ik vertaal met ze mee woord voor woord.

Bij het laatste woord ‘there’ knikken ze en zeggen gedag.

Wat zouden ze denken?

 

Ik voel me ontregeld. Ik zie twee mensen kijken.

Ik loop weg het plein op.

Ik wil niet nog een keer ‘ons’ uitleggen

en probeer weer wind in het inspiratiedoek te krijgen.

Het lukt.

Al lopend, soms achteruit,

draaiend om de wind zo gunstig mogelijk op te vangen,

zie ik soms wat flarden van beweging om me heen.

Ik zie Frans met een dik gekabeld touw rondlopen.

Hij lijkt een neerlegplan te volgen.

Ik draai me om en zie in een flits

dat de punt van mijn doek Engel raakt.

Ondertussen zie ik ook

een lange witte krijtkleurige streep over het plein.

Het personage van Philemon zit geknield halverwege de lijn,

Zijn naakte lichaam geheel ingesmeerd met hetzelfde krijtige witsel.

 

Ik beweeg het doek terwijl ik langzaam verder loop,

steeds verander ik van richting,

Ik wil de wind zo gunstig mogelijk in het doek vangen.

 

Op dit moment van schrijven

begin ik de chronologie in mijn herinnerende verhaal kwijt te raken.

Ik herinner me flarden.

Heinrich en LL zie ik in het begin verspreid over het plein bewegen.

Heinrich, met een stok met een krijt aan het eind

maakt sierlijke lijnen op het plein. Krullen.

Een dans? LL zag ik ook met een stok.

Pas later zag ik dat ze de krijt lijn volgde

en deze wiste waarna ze een waterspoor

achter liet.

De figuur met donkere zonnebril in een crèmig wit pak

kwam ik overal tegen.

Hij liep met straffe pas onverstoorbaar een eigen route over het plein.

De Performative Reading Club kwam ik,

als om elkaar heen dartelende vlinders

steeds op een andere plek op het plein tegen,

alsmaar in een boek kijkend,

lezend in naar mijn idee onmogelijke houdingen.

Het lezen is enkel aanleiding om samen te spelen, denk ik.

Ik hoorde iemand praten over het opvallende blauw wat Ienke bij zich droeg.

 

14:00

De klok van het stadhuis slaat twee uur.

Ik moet aan een net afgelopen toneelstuk denken

waar de toneelspelers na het sluiten van het toneeldoek

met elkaar hun ontspanning delen.

Ik kom Maarten met (in) een ander hoofdstuk tegen.

Hij draagt over zijn hoofd een soort rondplatpuntig lichaam.

Wordt het ene wezen langzamerhand verzwolgen, bestuurd door het andere?

Lange glimmende zilverfolie tentakels deinen als een zeewezen onder water.

 

 

Voetnoten

*

Het inspiratie laken bevat 16 circelvormige kleur vlekken.

Dit doek heb ik eerder in de performance Stage Arousal (een video van EX-MÊKH 2021) gebruikt.

Voor deze equinox editie wilde ik het doek als iets tussen banner en spandoek zien.

Het laken kan een inspiratie doek in wording zijn.

De teksten hierop op dit moment:

Wie zijn wij morgen, gedichten van Babs Gons. schrijf, schrijf, schrijf, write, write, write.

Op de blauwe vlek: Misschien wisten zij alles, verhalen van Toon Tellegen.

Op de oranje vlek: Gaat het nog door?

En op de oker vlek: My inspiration, and yours?

Anoek Nuyens; boek en theater, ‘Beste mensen’.

Maria Zambrano – 1909-1991- leven – denken -  schrijven.

Rechts onder: Aides-Mémoires

 

*

Na afloop vertelde de Performative Reading Club me dat ik net erbij kwam terwijl het meest

saaie stuk werd voorgelezen. Ik heb geantwoord

dat me dat niet zoveel uitmaakte, dat ik me gewaar was van de sfeer

waarin ik zat en dat die goed voelde.

Dat het geluid van het ritme en geluid van de voorlezende stem,

een rustgevende uitwerking op me had.

En ik wilde dat ze weten dat ik weer wegging niet uit desinteresse maar

omdat ik weer verder moest met mijn ‘blinde ik’ en mijn plan.