HKME
TEST-ROOM-TEST






Ellen Rodenberg
-Waiting in Turbulence -2006 (olieverf op linnen 75x80cm)
Dear
Friends
H+K+M+E presenteert: TEST – ROOM – TEST room for context
Vragen die we onszelf stelden:
Waarom hebben we gekozen voor deze manier van presenteren?
Hoe zijn we eigenlijk te werk gegaan?
Hoe hebben we geselecteerd?
wat hebben we besloten als gegeven te beschouwen?
Ruimte, locatie, tijdstip, setting.
De gegeven situatie van het Stand Up Cafe in de DCR deed ons besluiten om de
kunstwerken
op deze manier te tonen en op een openingen-manier het publiek te ontvangen
een traditionele situering.
HKME gaat van start als zijnde
3 schilders en 1 beeldhouwer met 3 schilderijen en1 sculptuur.
Ieder van ons werkt naast de getoonde werken ook met andere materialen en
media.
Ook zijn de onderwerpen en thema’s waar ieder van ons zich mee bezighoudt
uiteenlopend.
Waar komt dit samen?
Wat zal hierna het vervolg zijn als we dieper op eerdergenoemde zaken zullen
ingaan?
Welke consequenties heeft dat voor ons werk en de samenwerking?
ELLEN RODENBERG juni 2006 Den Haag
www.ellenrodenberg.nl
# multi-impressie/log
# m.i.sublog/DCR # MÊKH>>>
Hans Ensink op Kemna
AKI Enschede 1986 afd. Monumentale Vormgeving
Werk is geïnspireerd op ruimtelijke concepten.
De schilderijen bestaan uit een soort van vlakverdeling waarbij de hiërarchie in het beeld wordt geneutralizeerd. Alle onderdelen worden sterk gedefinieerd maar blijven desondanks inwisselbaar.
De ruimtelijke installaties bestaan uit panlatten en soms Japans papier. De laatste installaties volgen de ruimte en wat zich daarin bevindt en vormen daardoor een nieuwe ruimte. De latten vormen een nieuw kader waardoor een voortdurende wisselwerking met de bestaande ruimte ontstaat.
Ik ken en waardeer het
werk van collega's Rodenberg, Schepers en Koomen al jaren. Ieder van
hen vertegenwoordigd iets in zijn persoon en zijn werk wat mij aanspreekt
en hun werk waardevol maakt.
Ellen turbulent,
energiek
Maarten constructief verbeeldend
Kees literair, autobiografisch
Dat betekent dat ik in hun werk specifieke kwaliteiten aantref die ook een rol spelen in de wijze waarop ik met mijn eigen werk bezig ben maar daar een minder prominente plek innemen. Het spanningsveld dat dit oproept vormt een uitdaging die mij uitnodigt daar een antwoord op te vinden.
Als praktiserend kunstenaar probeer je voortdurend nieuwe uitdagingen aan te gaan in een poging je grenzen op te rekken. Langzamerhand is het plan ontstaan om met z´n vieren een paar tentoonstellingen te gaan maken. White cube, slooppanden en alles daar tussenin behoren daarbij tot de mogelijkheden.
Niet duidelijk is hoe het werk zich in werkelijkheid tot elkaar verhoudt. Daarom is de mogelijkheid om het werk in deze samenhang te presenteren met beide handen aangegrepen. De kleine ruimte is niets verhullend en maakt de presentatie confronterend.
Ik ben benieuwd naar het resultaat en ook naar de reacties van het publiek.
Hoi Ellen,Kees en Hans,
De “kapel” in de DCR is eigenlijk bij toeval ontstaan. Je zou kunnen
zeggen dat hij er al was maar alleen ontsloten moest worden. Zoals
volgens Michelangelo het beeld in de ruwe steen verstopt zit.
Aanvankelijk zou de kapel opslagruimte worden maar met de hoge deuren
bleek ineens dat wij een nieuwe expositieruimte hadden gecreëerd. Een
mooi besloten ruimte die als rustpunt fungeert in een gebouw dat nog
rondtolt van de verbouwing.
Zoals de kapelruimte is ontstaan is naar mijn idee ook onze samenwerking
ontstaan. De intentie was al eerder uitgesproken om ons werk samen te
brengen en te presenteren. De DCR schept een situatie die maakt dat deze
intentie omgezet kan worden daden.
De concrete situatie waarin het werk zich nu bevindt maakt dat je onze
presentatie kan zien als een eerste aanzet tot samenwerking. De
visitekaartjes worden uitgewisseld, ideeën getoetst en tot een
presentatie besloten.
Hij zou mooi zijn als deze eerste gezamenlijke presentatie aanzet geeft
tot nieuwe vormen van samenwerken. En dat deze samenwerking kan
uitgroeien tot een wisselwerking.
groet
Maarten
Kees koomen: Meurs – 2005 (olieverf op
doek-60x80 cm
Foucault heeft in zijn artikel "l'écriture de
soi", onderscheid gemaakt tussen twee klassieke vormen van zelfonderzoek:
hypomneta en correspondentie. De hypomneta zijn boeken waarin citaten,
argumenten en gedachten die men gelezen of gehoord heeft of ervaringen die men
heeft gehad worden beschreven. Het zijn geen dagboeken of een verslag van
emotionele ervaringen die men heeft gehad maar meer een soort verzameling of
plakboek waarin de dingen zonder commentaar worden opgenomen zoals ze zijn.
Deze boeken nu hebben een dubbele functie: zij worden geschreven, waardoor voor
de persoon opvallende zaken worden vastgelegd en meteen in bepaalde mate
georganiseerd. Onafscheidelijk van deze handeling is het teruglezen. De zaken
die beschreven worden krijgen door het herlezen en mediteren erop onder
veranderende omstandigheden een andere waarde dan degene die ze hadden toen ze
werden opgeschreven.
Heden en verleden worden zo verenigd door de subjectivering in het persoonlijke
schrijven. De rol van dit schrijven is door alles dat ook met het lezen is
gevormd een organisch geheel te vormen. Seneca zegt:"Het schrijven
transformeert de zaken die gezien, gedacht of gehoord zijn in kracht en in bloed",
en verder "het is de eigen ziel die men moet samenstellen in wat men
schrijft". Voor de kunstenaar kan dit schrijven natuurlijk met andere
disciplines gesubstitueerd worden, een dergelijke werkwijze verschaft hem in
zijn eenzaamheid een spiegel en een compagnon.
De tweede mogelijkheid tot oefening van het zelf die Foucault in zijn studie noemt, de "Correspondentie", lijkt uit een overeenkomstig proces te bestaan. In het artikel wordt met specifieke voorbeelden gewerkt die naar mijn mening over slechts een ding gaan: Communicatie. Vergelijken we een kunstwerk met een brief aan een tweede persoon dan lijken direct de elementen die bij het gebruik van hypomneta van belang zijn van toepassing: het belang van het schrijven en het zelfonderzoek dat daarmee gepaard gaat, maar ook het belang van het lezen dat een toetsing van het zelf van de ontvanger aan het geschrevene betekent. Het is met recht zoals Foucault schrijft een "échange de service d'âme". Zo opgevat heeft een kunstwerk dus een dubbele functie: voor de kunstenaar is het een vorm van zelfonderzoek en een mogelijkheid tot ontwikkeling. Tegelijkertijd biedt hij de beschouwer een entiteit aan die ook hem de mogelijkheid biedt zichzelf te onderzoeken als deel van een maatschappij en een cultuur. Als deze beschouwer zich creatief opstelt en daar ook actief uiting aan geeft neemt ook hij deel aan het discours en verschilt hij niet wezenlijk van de kunstenaar. In deze zin waardeer ik ook de didactische aard van het werk van Joseph Beuys en zijn uitspraak: "jeder Mensch ist ein Kunstler"
Uit “Amor de Lonh” ( Kees Koomen ) ,
“L’Ecriture de soi ( études sur
l’esthetique de l’existence et le gouvernement de soi et des autres dans la
culture greco-romaine, aux deux premiers siecles de l’empire)-Presses
Universitaires de France, 1983
De manier waarop ik mijn werk doe heeft veel te maken met wat ik hierboven in het eerste gedeelte beschrijf. Het project H+K+M+E wat hier voor eerst naar buiten treedt zie ik als een poging tot correspondentie met drie kunstenaars die ik al een tijd ken en waardeer. Het veranderen van de context van een kunstwerk geeft het een andere waarde, wat mij nieuwsgierig maakt is hoe de beleving van mijn werk en dat van mijn collega’s veranderd door confrontatie met werk dat van andere premissen uitgaat. Een presentatie aan een geïnteresseerd publiek geeft daaraan hopelijk nog een extra laag.
http://blogger.xs4all.nl/chmkoome/